Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
Laten wij liever het blikken knijptangetje gebruiken; dat
is verstandiger. Zie zoo, leg hem nu recht op bet water,
wip! heb je het gezien? Hij heeft zich met een sprongetje
onderste boven gegooid en zwemt snel op zijn rug naar
beneden. Bijna altijd beweegt hij zich op die wijze door het
water; zoo ziet ge, dat om de doelmatige inrichting te
begrijpen, het ook noodig is, de levenswijze te kennen;
weinig slootdieren, of het moest de schaatsenlooper zijn,
(fig. blz. 41) hebben zoo'n gepasten naam als deze rugge-
zwemmer en weinig ook zoo'n zonderlinge manier van
zich voort te bewegen.
O, alleen maar de manier na te gaan, waarop de water-
dieren zich door of over hun element bewegen, is al zoo'n
interessante natuurstudie. Neem honderd slootdieren van
verschillende soort en ge vindt er geen twee, die het op de
zelfde manier klaarspelen; als overal in de natuur, is hier
onmetelijke rijkdom in vorm en middelen, eindelooze afwis-
sehng, die de studie tot een genot maakt.
Maar op elk uwer vragen, hoe is dit of dat mogelijk?
b. V. dat de waterslak onderste boven tegen de lucht of de
oppervlakte van het water voortkruipt — zult ge niet altijd
een antwoord kunnen krijgen; het maakt de natuurstudie
evenwel niet jninder prettig, dat er nog zooveel raadselen
op te lossen zijn.
Soms ook kunt ge geen naam vinden voor een manier
van voortbewegen.
Zoo is er een goudgroene, langwei"pige land- of eigenlijk
een oeverkever, waarvan de larven zich onder water ver-
poppen; donacia heet hij; (zie teekening blz. 17) ge vindt
hem in Mei bij honderden aan rietstengels; in een boekje,
(dat op dit volgt), zullen we hem met andere dieren, die
meer aan den kant van de sloot voorkomen, zooals kikvor-
schen, salamanders, ringslangen enz. uitvoerig bespreken;