Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
de volgende beschrijving overeenkomt; dit is meer dan waar-
schijnliik, want de kever, dien ik bedoel, de Gerande Water-
kever, komt bijna overal voor. Zonder hem, voor 't gemak-
kelijk vergelijken, in een klein fleschje af. (fig. blz. 5).
Zooals gezegd is; zijn kleur is olijfgroen bij zwart af,
glanzend in de zon met een paarsen of rooden weerschijn, zijn
lengte is ongeveer 3 c.M., zijn breedte zal er 2 zyn, veel
meer niet, of het is een andere soort. Al dadelijk zal u zijn
naam verklaard zijn, wanneer ge let op de gele omlijsting
van het borstschild; de dekschilden zijn niet geheel door den
gelen band omgeven; die wordt smaller naar den top der schil-
den, dat wil zeggen naar de pnnt van het achterlijf, en ver-
dwijnt even over de grootste breedte.
Die dekschilden geven een middel aan de hand om de
wijfjes van 'de mannetjes te onderscheiden. Bij de mannetjes
zijn ze namelijk glad en glanzend, bij de wijfjes daarente-
gen wordt die glans verdoofd door een aantal groeven of
voren, die van het borstschild af evenwijdig met den vleugel-
naad loopen en naar het achtereind toe steeds ondieper
worden; zoodat ongeveer een derde der schilden, van de punt
van het achterlijf gerekend, ook bij de wijfjes glad is. Toch
kunt ge bij nauwkeurig toezien ook op de schilden der man-
netjes eenige rijen puntjes of kuiltjes onderscheiden.
Bekijkt ge het dier van den onderkant, dan blijkt het
daar geheel geel gekleurd te zijn, en ge bespeurt een ge-
wiemel van ledematen, waaruit op het eerste gezicht niet
wijs te worden is.
Als het beest zich een oogenblik stil houdt, onderscheidt
ge 3 paren pooten, (ook al een kenmerk voor een insect, ten
minste van een volwassen dier) en daartusschen een geducht
verdedigings- of aanvalswapen van onzen tor, een lange,
twee-puntige speer; beproef de scherpte ervan maar eens
aan uw vinger.