Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
,/Wel, Antony, je komt goed bij mijn zoon Jan, die lioudt
ook bijzonder veel van liet bekijken van planten en dieren.
Jij bent wel een paar jaar ouder dan hij, schijnt het, maar
dat zal er wel niet veel toe doen. Iiy wil er morgen middag
alleen op uit om myn aciuarium wat aan te vullen. Hec,
daar is hij net! Jan, hier heb je een kameraad, die je helpen
wil, om het aquarium te onderhouden. Maak maar even
kennis met elkïiar. En dan naar bed, -Jan. Dat zou ik jou,
rVntony, ook maar raden, al staan je oogen nog helder. Kom
morgen maar terug."
Dat was aan geen doove gezegd. Sinds dien dag was An-
tony van Leeuwenhoek oen trouwe bezoeker van de apotheek
,/In de Star" en waren hij en Jan Swammerdam onafschei-
delijke kameraden.
Te zamen verzorgden zij het aquarium van den apotheker,
te '/amen gingen zij tochtjes maken in de omstreken van
hun woonplaats, om nieuwe plantten en dieren te zoeken.
Maar bij zoeken en vinden bleef het niet. Antony vooral
moest overal het fijne van hebben. Ongelukkig kon de
apotheker den beiden jeugdigen liefhebbers maar zelden op
hun vragen een antwoord geven, dat aan hun weetgierig-
heid voldeed. Do jongens deden ook zulke zonderhnge vragen:
ffWaarom zou toch die groen-zwarte kever, met die gele
randen om de dekschilden, telken.s met zijn achterlijf boven
komen? Als het te doen was om adem te halen, waarom
(ieed dan die groote pikzwarte tor het telkens met een van
de sprieten?'' Of wel: //Waarvan zouden toch-de kleinste
diertjes, die wij zien kunnen, leven? Zouden erin het water
nog weer kleinere zijn, die wij niet kunnen zien?"
De jongens maakten het den meester lastig, en zij besteedden
er meer tijd aan, dan Jan's studiën en Antony's ambacht
gedoogden, meende hy. Hij vreesde dat hun beste leertijd
verloren zou gaan, met — zooals hij zich eens uitdrukte —