Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
171
ze veel dichter bij elkander. Als nu de drijvende takken
gaan verrotten blijven deze toppen levend — ze zakken
ook naar den bodem, waar de vergane bladeren een be-
schermend modderlaagje over hen heen vormen. Scheren
zien we niet — die moeten we ook niet aan de oppervlakte,
maar op den bodem zoeken. We vinden spoedig een ondiep
plekje dat ermede bevloerd is, en wat zien we nu? De
oude scheren zijn allemaal donker, sommige zijn al vergaan,
maar daartusschen liggen honderden jonge scheertjes. Die
overwinteren daar op den bodem, als volkomen plantjes.
Eigenlijk zijn de winterknoppen van het fonteinkruid ook
nog plantjes, maar minus de wortels, en wanneer we een
winterknop van de kikkerbeet uit elkander halen, dan vinden
we binnen de buitenste harde blaadjes, die een bescher-
mend omhulsel vormen, ook een klein kikkerbeetplantje,
maar dicht ineengedrongen, en kleurloos en stijf. Bij de
drie planten, die wij gevonden hebben, komt het dus hierop
neer, dat een verkleind plantje den bodem opzoekt en daar
in min of meer gunstige omstandigheden den winter door-
brengt.
Die gunstige omstandigheden bestaan hierin dat de knop-
pen of planten (want de winterscheren zijn volkomen plan-
ten) kleinere afmetingen aannemen, dat ze bedekt worden
door de overblijfselen der vergane oude planten en dat ze
zooals Hydrocharis, soms in een beschermend omhulsel
opgeborgen zitten.
Maar het is te koud om hier zoo stilletjes over al die
dingen te staan keuvelen, en om zes uur is het donker.
Laat ons nog eens verder zien. Daar is hoornblad ook, dat
heeft zijn winterknoppen ook al klaar, op de mannier van
het fonteinkruid, maar de verdeelde blaadjes zitten zoo dicht
op elkander, dat ze afzonderlijk haast niet in het oog vallen —
het geheel is een ruige bol. Nu weet ik nog ergens een