Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
154
Fijner, vlugger, fraaier dan de gele plompen zijn andere
gele bloemen, maar van lichter geel, het geel van zvravel.
Ze zijn vrij groot in omtrek niet veel minder dan de gele
plompen, en verheffen zich op een dun steeltje boven het
water, zoodat de geheele bloem met haar dunne, vloei-papieren
kroonbladeren met lederen windvlaag meewappert, met ieder
zuchtje mee trilt. De bladeren van de plant — ook weer
rond — drijven op het water — ze zijn iets grooter dan
een rijksdaalder — bruingroen, dikwijls met eens krans van
bruine, ook wel van heldergroene vlekken. Die bladeren en
de bloemen komen uit een bleekgroene stengel, die schuin
opstijgend uit den bodem te voorschijn komt, waar in den
modder de witte dikke wortelstok ligt vastgeworteld. Het
is de Watergentiaan (Villarsia nymphaeoides). We hebben
menige dure buitenlandsche plant in onze vensterramen die
lang zoo mooi niet is.
Het zou eigenlijk veel prettiger zijn, indien we in onze
huizen wat meer Nederlandsche bloemen teelden. Ik zou u
er dadelijk vijftig kunnen noemen, die op zijn minst even
mooi zijn als al uwe Cineraria's en Petunia's. Gij kunt ze
zelf buiten gaan halen en groeien ze dan voorspoedig in
uw vensterraam, dan hebt ge op ieder oogenblik van uw
drukke stadsleven een aanleiding, om te denken aan de
bonte wei, de blonde duinen, de geurige hei of de frissche
w^aterplassen, en dan aan den heerlijken lentedag of zomer-
morgen, toen gij uwe pleegkinderen hebt ingezameld.
Ik zeg dat hier, omdat ik drie jaren achtereen watergen-
tianen geteeld heb op eene derde verdieping, niet in een
vijver, maar in potten, gewone roode, aarden bloempotten.
De eenige kunst is maar, de planten te krijgen — anders
gaat alles bijna van zelf. Eerst moet je een plaats weten,
waar altijd veel watergentianen groeien. Ga daar in Mei
heen — dan zijn de blaadjes van de plant nog niet eens