Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
153
even boven het water uit, een of twee centimeter; maar
de nog niet geheel ontwikkelde knoppen hggen gedeeltelijk
nog in het water, een weinig schuin. Omlaag, tusschen de
bruine stelen schieten heele scholen vorentjes voorbij, duistere,
spookachtige gestalten. Voor horizon hebben we een dichten
rietzoom, waar boven de warme lucht trilt en van waaruit
van alle zijden het gezang der karakieten ons tegenklinkt.
Binnen de rietzoom niets dan bloemen en plekjes water,
blauw, doordat de blauwe lucht erin spiegelt. Duizenden
witte plompen, maar ook gele, die vallen niet zoo in het
oog, al is hun aantal misschien grooter.
Ze hebben dezelfde bladeren, maar de bloemen zijn veel
kleiner en minder schoon. Ze zijn wat zuiniger, wat de
kroonbladen betreft. Vijf kleine blaadjes of eigenlijk buisjes,
honigbuisjes, is alles wat er van de kroon over is en de kelk
moet nu de eer van de bloem redden; die is wat grooter
en aan de binnenzijde heldergeel, zoodat een beginner in de
bloemen wetenschap hem voor de kroon zelve gaat houden,
en denkt dat een kelk ontbreekt. Waarom die vijf heldergele
blaadjes nu toch kelk moeten heeten ? Laat ons bootje
maar in een veld gele plompen drijven, dan zult ge het zien.
Gij weet, dat de plantkundigen onder kelk verstaan: een
of meer meestal groene blaadjes, die het buitenste bloembe-
kleedsel vormen en voornamelijk tot taak hebben, de bloem
te beschermen zoolang ze nog niet geopend is.
Zie nu eens om u, daar drijven tien, twintig knoppen
van onze gele plomp, ze zijn allemaal groen, het knopom-
hulsel wordt gevormd door vijf groene blaadjes, die met de
randen over elkander sluiten. Opent ge een jonge knop, dan
zijn die blaadjes aan de binnenzijde nog groen, bij grootere
echter geel, zoodat, als de knop zich opent, vijf gele blaadjes
te zien komen, die echter aan de kant naar het water ge-
keerd nog groen zijn, — herinnering aan hun kelktijd.