Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
150
is een heel nuchter begin om over deze heerlijke bloemen
te gaan spreken, doch het zijn nu maar eenmaal geen made-
lieljes, en hun grootte is wel de oorzaak ervan, dat ze zoo
algemeen bewonderd worden. Er zijn genoeg bloemen, fijner
van samenstel, teederder van kleur, bewonderenswaardiger
van inrichting, die door de meeste menschen niet gekend
worden — wie dweept met de waterklaver of met de
moerasandoorn? Maar de plompen zijn zoo schitterend, zoo
groot, zoo overvloedig en ze bloeien weken achtereen in
den heerlijksten tijd van het jaar, gelijk met het lied van
den nachtegaal of — wat beter bij hen past — met dat
van den moeras-rietzanger. Al bezit ge maar weinig bele-
zenheid, dan weet ge, hoe van de oevers van den Nijl tot
in het verre Japan de lotos vereerd wordt — de lotos, die
niets anders is dan een witte plomp, wiens bloemen zich
iets hooger boven het water verheffen en sterker geuren
dan de onze ■— ze zijn het zinnebeeld van rust en reinheid.
Een ander familielid is de Victoria regia., de koningin van
de Amazonestroom, waarvan de bladeren het gewicht van
een mensch kunnen dragen.
Bij ons loopen alleen de vlugge waterhoentjes over de
ronde bladeren of een groene kikker komt er zich zonnen,
en azen op de dikke vliegen en de slanke waterjuffers. Aan
de onderzijde der bladeren zitten stellig Hydra's en de dikke
holle bladstelen, rechtopstaand door hunne drijfkracht, zijn
vol met eieren van slakken en visschen.
»
Aan die dikke stelen liggen de bladeren voor anker, on-
beweeglijk stil op het spiegelgladde water, als er geen wind
is, zacht meedrijvend met de richting van den stroom,
zoover de stelen het veroorloven. Jaagt de voorjaarswind
langs de watervlakte, dan krijgt de luchtstroom wel de bla-
deren te pakken, de ronde randen ervan krullen voor een