Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
147
blijft bij het vertrek van den hommel gedeeltelijk eraan
kleven en de eitjes in 't vruchtbeginsel kunnen zich tot
ontkiembare zaden ontwikkelen.
Onze hommel, die wegvliegt, heeft echter van deze bloem
ook weer een souvenir meegekregen van de korte meeldra-
den, die in 't kroontje verborgen zaten en waarvan het
stuifmeel nu aan de haren van zijn kop en snuit zit vast-
gekleefp. Dat hiermede nu weer kortstijlige bloemen be-
vrucht worden, kunt gij wel, om zoo te zeggen, op uwe
vingers natellen.
De waterveelknoop zorgt dus voor kruisbestuiving door
er twee vormen van bloemen op na te houden — de
plantkundigen zeggen daarom met een geleerd Grieksch
woord dat hij dimorph is (di, 2, morph = vorm). Ook
schelden ze hem wel uit voor heterostyl (hetero, ongelijk
van stijlen). Voor de overbrenging van het stuifmeel zorgen
de vhegende insecten die voor dien dienst met honig be-
loond' worden — de ongevleugelde mogen van de zoetigheid
afblijven. Zoolang nu onze plant in 't water groeit, kunnen
alleen gevleugelde gasten haar een bezoek brengen, maar
op het land — daar is het anders. Daar zouden de lang-
pootige, gladlijvige mieren, die zoo op zoetigheid belust zijn,
in minder dan geen tijd den ganschen honigvoorraad ver-
bruikt hebben, zonder in het minst iets in 't voordeel van
de plant zelve te verrichten. Zoo'n mier eet de boel op,
kuiert naar beneden, misschien zonder een enkel korreltje
stuifmeel aan zijn gladde lijf, of heeft hij er bij ongeluk een
opgedaan dan raakt hij dat onderweg toch kwijt, doordat
hij tegen een grasstengel aanbonst, van een aardkluit naar
beneden rolt of doordat'eenig ander mierenongeval hem treft.
Daarom wacht onze plant geen bezoek van mieren af, maar
weigert hem beleefd — of onbeleefd — den toegang.
Wanneer een mier het in zijn dikke kop krijgt, om po-