Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
146
Nu bezitten onze veenwortels of waterveelknoopen echter
een bijzondere inrichting. Zoek nog eens wat verschillende
bloeitakjes bij elkander en stel dan een onderzoek in naar
de lengte van meeldraden en stijlen, dan merkt ge al dade-
lijk, dat in geen enkel bloempje de stijlen en de meeldraden
even lang zijn. Maar ook — dat in sommige bloeiaren de
stempels zoo lang zijn, dat ze buiten het kroontje uitsteken,
terwijl de korte meeldraden den rand niet bereikeu. In andere
bloeiaren weer is het net andersom: daar zitten de stijlen
in het kroontje geborgen en de meeldraden steken ver naar
buiten. Waar is dit nu weer goed voor?
Veenwortel (Polygonum amphi-
bium). Langstij'lige bloem.
Veenwortel (Polygonum amphi-
bium). Kortstijlige bloem.
Natuurlijk voor de kruisbestuiving. Ga maar eens na.
Wanneer een insect, een kleine hommel b. v. op een bloempje
met lange meeldraden, zijn mondjevol honig komt zoeken,
dan moet hij met zijn ruige onderzijde de vijf helmknoppen
aanraken. Het kleverige stuifmeel blijft in zijn haren vast-
zitten. Met zijn kop raakt hij wel aan de stempels der
stijlen. Nu gaat hij verder. Komt hij nu opnieuw aan een
,/kortstijlige'' bloem, dan krijgt hij nog meer stuifmeel aan
zijn buik. Bezoekt hij evenwel een //langstijlige" bloem, dan
raken de stempels ervan juist de plek aan de onderzijde
van zijn hchaam, waar al het stuifmeel uit de kortstijlige
bloemen zit. Die stempels zijn kleverig — het stuifmeel