Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
115
helften geleken in het geheel niet op elkander, maar had-
den den vorm aangenomen, die hun in hunne omstandig-
heden het beste te pas kwam.
Wat beteekent die kleverigheid? Dat moet de bloem ons
leeren. Zooeven, toen we de bloempjes vergeleken, hebt ge
gelegenheid gehad om te zien, dat ze maar klein zijn, doch
heel sierlijk gevormd. Wanneer ge een van de ruim hon-
derd bloempjes van den bloemaar afzonderlijk beziet, dan zult
ge merken, dat een kelk ontbreekt en dat de kroon een fijn
rozerood vijfpuntig klokje is, waarbinnen 5 meeldraden en
2 stijlen. Onderin, tusschen de meeldraden ziet ge op den
kroon vijf gele vlekjes. Misschien glimmen ze een beetje.
Dat komt, doordat daar honig wordt afgezonderd, nog al veel
ook. Die honig — daar is de bloem heel trotsch op en tegelijk
erg zuinig ermee. De heele wereld moet het weten, d. w. z. de
geheele insectenwereld — een andere kennen de bloemen bij
ons niet — en de bekendmaking geschiedt op tweeerlei wijze.
Ten eerste door de kleur: de opeenhooping van honderden
bloempjes op een aar maakt, dat ze reeds van verre in
't oog vallen, en dan nog door een fijne, doordringende geur,
die niet alleen de reukzenuwen van ons, menschen, maar
ook die van de zespootige honigsnoepers aangenaam streelt.
Gij weet, dat deze laatsten de reukzenuwen in hun voel-
sprieten hebben — twee bewegelijke neuzen!
Gij kunt ervan opaan, als een vlieg of een bij, of kleine
hommel, die geur gewaar wordt, dan kijkt hij rond en
stuurt dan onmiddellijk op de mooie, roode stang toe. Daar
zien ze meteen de 5 gele vlekken in een kroontje, ze weten
al lang wat dat beduidt, haastig grijpen ze de bloem, steken
kop en tong naar binnen en doen zich te goed. Schrokken
als ze zijn, hebben ze in een paar seconden de bloem van
zijn lekkers beroofd; zoo werken ze de heele stang af en
zweven dan verder.
10