Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
142
erbij te Icomen en heei gemalvlcelijk gaat het ook niet, tel-
kens slipt de roode bloemaar onder den vork vandaan: de
plant is stevig in tien bodem vastgeworteld. jSTu kunt ge
het topje grijpen, houd vast en trek voorzichtig — met
kleine rukjes, anders breekt de stengel af. Knap — stuk is
hij reeds — afgebroken bij den wortel. Wat heb))en wij nu?
Anderhalven meter slappen stengel, waaruit van afstand tot
afstand lange slappe stelen ontspringen, die aan hun einde
de reeds vermelde bladeren dragen. Dragen eigenlijk niet, de
stelen zijn zoo slap, dat ze zichzelf niet eens kunnen dra-
gen; zij verbinden de bladeren aan den stengel, zuhen we
maar zeggen. Het einde van den stengel, de roode bloem-
aar, is steviger: die kunt ge rechtop houden — maar overi-
gens is de geheele plant een slappekoord-geschiedenis —
slap en glad ahes ligt in een lam hoopje op het gras.
Waarom zou een waterplant ook stevig moeten zyn ? -Ja,
een boom moet stevig wezen, anders waait hij om, en de
slanke graanhalmen moeten kracht genoeg bezitten, om de
aren omhoog te houden — maar een waterplant? Die vindt
steun genoeg in het water, zoolang haar drijfkracht niet
verloren gaat, en daarvoor is gezorgd, doordat stengels en
stelen en bladeren voorzien zijn van luchtruimten, zwem-
blazen als 't ware. Zoodoende staat een waterplant rechtop
op dezelfde wijze als een stokje, aan welks eene einde ge
met een touwtje een steen hebt vastgebonden, in het water
rechtop blijft staan. ICroos drijft op het witte holle weefsel,
dat aan de onderzijde der blaadjes te zien is; het driekante
kroos mist dat en drijft dan ook niet, maar zweeft gelijk
het hoornblad, alles volgens dezelfde wet van Archimedes.
Nu begrijpt ge ook, waarom de bloeiaar van onzen veen-
wortel (Polygonum Amphibium) — zoo heet de plant, die
wij gevangen hebben — zoo stevig moet zi,jn, die heeft geen
steun van 't water te wachten. Laat ons de plant nog eens