Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
vragen, de allerdwaaste soms beantwoordt, bewijzen dat hij
er een genoegen in schept, zijn kennis aan anderen medete-
<leelen; en dat het niet uitsluitend een 17cte eeuwsche
reclamezucht was, die hem het aquarium voor zijn venster
■deed plaatsen, maar in hoofdzaak de liefhebberij van een
man, die gaarne eens ziet, dat anderen met bewondering
komen kijken naar hetgeen hij alzoo heeft verzameld.
Het heeft reeds een tijdlang zijn aandacht getrokken, dat
één van de vele nieuwgierigen al buitengewoon geboeid
schijnt te M'orden door wat de meester heden avond ten
beste gaf. Het is een knaap van een jaar of vijftien, zestien.
Zijn neus is tegen het vensterglas gedrukt. Zijn oogen
trachten tot in het donkerste hoekje van het aciuarium door
te dringen; kijk, zij glinsteren, als er weer wat nieuws uit
de diepte komt verrijzen. Vragen doet hij zelf niet, maar
als hij een van de kijkers aan Meester Swammerdam hoort
vragen, hoe hij al die beesten zoo levend uit de Oost heeft
over kunnen krijgen, ontspant een ghmlach zijn trekken.
Dit is den apotheker niet ontga;in. Al meer dan eens
heeft deze hem op den schouder getikt en hem vriendelijk
verzocht, niet al het nieuws op eens te willen afneuzen en
een ander ook eens een kijkje te gunnen. Dan ging hij,
den blik onafgewend, alsof hij er niet van scheiden kon.
op zijde; maar een poosje later was hij van den anderen
kant weer naar voren gedrongen en verdiepte hij zich op
nieuw in de beschouwing van die geheimzinnige dieren-
wereld.
De meester uit „De Star-' zei niets meei', en liet het
geworden. Toen hij eindelijk zijn zoon last gaf, de kaarsen,
die op hun eindje stonden, te dooven, trachtte de hardnek-
kige kijker nog een oogenblik door te dringen in het nu
geheel duistere water en keerde zich daarop af, om heen
te gaan.