Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
133
— die men over Iret algemeen toch voor bewegenloos houdt —
zulke bepaalde, plotselinge bewegingen te zien gebeuren.
Nu wü ik u van de bloem van ons blaasjeskruid nog iets
vertellen. Het gebeurt wel eens, dat de insecten een bloem
niet bezoeken; bij ongunstig, regenachtig weer b. v. wagen
zij zich niet graag boven het gevaarlijk element. Hoe komt
dan het stuifmeel op de stempel? .Ja, dan moet de bloem
zich behelpen. De onderste stempellob krult zich dan lang-
zaam (aarzelend, had ik haast geschreven) naar omlaag, tot
ze de open meeldraden aanraakt. Er is dan stuifmeel uit
dezelfde bloem op den stempel gekomen, er rijpen nu ook
zaden, al zijn ze niet zoo goed als die, welke door kruis-
bestuiving ontstaan.
Een aardige inrichting, niet waar? Doch hiervoor behoef-
den we ons leven niet te wagen (de waaghalzerij was anders
zoo groot niet), er zijn bloemen genoeg die nog //aardiger"
erop ingericht zijn, om door kruisbestuiving sterke zaden
te krijgen.
Maar er is meer! Leg de bloem eens ter zijde en kijk
eens naar de bladen — of liever naar het groen, want die
vertakte draden kunnen eigenlijk niet anders genoemd worden.
Straks zaagt ge er beestjes tusschen, niet waar? Ze zijn
er nog — we zitten nu al een kwartier op onzen wilgen-
zetel over de bloemen te praten en nog zijn ze niet tusschen
het vochtig veenmos weggekropen om weer in hun element
hunne duikelingen en wendingen te beginnen. Nu ge er een
grijpen wilt, merkt ge dat het vastzit aan de plant, dat het
eraan gegroeid is: uw beestjes zijn geen dieren, maar bla-
dertjes of iets dat erop lijkt.
Daar zit ge nu.
Leefden we nu een driehonderd jaar vroeger, dan gooiden
we het plantje weer in de sloot, en gingen naar huis om
daar een paar folianten met wonderverhalen op te zoeken.