Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
128
vier stampers, ieder met een dikken naar buiten staanden
stempel. Maar kyk nu nog eens naar de bovenste bloem-
pjes. De vier stampers zitten goed ingepakt in vier bruin-
groene blaadjes. Alleen de stijlen en stampers steken er
buiten uit. Neemt ge echter die vier blaadjes — de dek-
schubben — weg, dan vindt ge, stijf tegen den stamper
aangedrukt vier, dikke, gele, glimmende meeldraden.
Eigenlijk moest ik zeggen meelzakken, want van een helm-
draad is bijna niets te bespeuren; ze zijn een en al helm-
knop. Iedere helmknop bestaat uit twee gelijke deelen, de
helmhokken, die door het helmbindsel met elkaar verbonden
zijn. Stuifmeel ziet ge aan deze meel-
^ draden niet, want ze zijn nog niet rijp,
ze zijn nog niet open. Gij kunt ech-
ter op ieder helmhokje al een overlang-
sche streep opmerken. Over eenigen
tijd, als het stuifmeel rijp is, barst het
helmhokje langs die streep open en
het stuifmeel valt er uit. Dit gebeurt
Uloem van Potamugeton "ooit, terwijl het regent. Wanneer het
crispus. oersto tijdperk nu waait, dan wordt het stuifmeel
van l)loei. Qoor den wind meegevoerd, als het
stof op de wegen. Tien, twintig meter verder waait het
tegen een andere bloeiaar van fonteinkruid aan en Inlijft aan
de stempels kleven. Natuurlijk valt er ook heel wat in 't wa-
ter, maar dat komt er niet op aan. Als op iedere stempel
van ons fonteinkruid maar één korreltje stuifmeel komt is
het al genoeg — dus als uit ieder helmhokje een stofje zijn
bestemming bereikt, kunnen er zaden gevormd worden — en
ieder hokje bevat duizenden en duizenden van die stofjes.
Springen de helmhokken bij windstilte open, wat ook wel
gebeurt, dan valt het stuifmeel eruit, niet in het watei',
maar op de onderste dekschub, die als het ware een scho-