Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
124
is uiet rond en drijft niet op 't water, maar zweeft een
eindje onder de oppervlakte, dus een echte waterplant, die
zijn lucht ook uit 't water moet halen. Het drijft aan
bosjes vereenigd en als ge het uit 't water neemt, komt er
een heele boel tegelijk mee. Net allemaal snippers van een
knipselwerk, driekant, aan 't breede eind afgerond en met
't smalle einde kris en kras over elkander geplakt. Aan
't smalle eind is ook een worteltje. Dit driekant kroos moet
ge vooral in uw aquarium doen, vooreerst omdat het een
zuurstofvormer is evenals Elodea en Ceratophyllum en
Myriophyllum en dan, de stekeltjes verschuilen zich er zoo
graag in, ze zitten altijd erin op den loer.
Dit zijn al onze kroossoorten; vindt ge nu nog heel klein
kroos (zoo groot als een speldeknop) zonder worteltjes;
schrijf dan aan ,/De Natuur" of aan „Het Album der Na-
tuur" dat ge daar en daar en dan en dan, wortelloos kroos
gevonden hebt. Dat komt in Midden-Duitschland voor en
kon wel eens door watervogels hierheen gebracht zijn.
Nu hebben we kroos genoeg gevonden, maar bloempjes
nog niet, ze zijn ook zoo klein en kleurloos daarbij. — Aan
plantjes ontbreekt het anders niet, vele slooten zijn er als
mede bevloerd, in' drie scheppen hebt ge een mand vol en
de varkens kunnen smullen! Die zijn dol op kroos!
Wij doorzoeken onzen schepvol en vinden nu eens een
larve, dan weer een klein slakje, een aaltje, een hydra,
waarmede we langzamerhand onze stopflesch vullen, maar
de kroosbloempjes verschijnen niet. We zullen maar eens
naar andere bloemen omzien; in en bij het water groeien
er heel wat, die niet in het oog vallen, doordat ze kleurloos
zijn. Daar staan in een ondiep hoekje een menigte plantjes,
die wel wat van dennetakjes hebben, ze steken 2 a 3 dM.
boven het water uit, mooi, fijn donkergroen, een beetje stijf,
tlij ziet geen bloempje, en toch: ze staan in vollen bloei,