Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
122
„groeit". Maar liebt ge wel eens kroosbloempjes gezien?
Ik niet; ik hoop ze nog eens te vinden en ik twijfel
er niet aan, of ik krijg ze nog wel eens, want zoo heel
zeldzaam zijn ze nu niet, lang niet zooals de waternoot.
Ga er in Juni maar eens op uit, maar neem uw loupe
mee en onderzoek geduldig een paar kroosplantjes. Wel-
licht vindt ge geen bloemen of bloesem, maar daarom is
uw moeite toch nog niet vergeefsch — wie weet hoeveel
hydra's ge vindt. Ook ontdekt ge, dat alle kroos nog niet
hetzelfde is.
Vooreerst vindt ge het gewone eendenkroos; van boven
groen, onderaan wit: ronde schijfjes, plat op 't water drij-
vend, veelal bij drie, vier of vijf met de randen samenhan-
gend en elk voorzien van één wit, dradig worteltje, dat
aan zijn punt in een mutsje uitloopt — de meeste woi'teltjes
eindigen in zoo'n mutsje, wortelkapje geheeten, en dat dient
om het teere, groeiende eindpuntje van het worteltje zelve
te beschermen.
Wanneer de schijfjes dik zijn, aan de bovenzijde soms
een weinig hol, en onderaan bolvormig — dan hebt ge
bultig kroos gevonden — dat anders vrij wel op 't eerste
lijkt — ook ieder schijfje met één worteltje. Er bestaat
ook veel-wortelig kroos, dat aan de onderzijde voorzien is
van vier of vijf worteltjes, in een bosje uit 't midden van
't schijfje ontspringend.
Deze drie kroossoorten drijven op 't water, hun groen
vlak is in aanraking met de lucht, het zijn dus luchthap-
pers — eigenlijk geen echte waterplanten meer. Als een
sloot uitdroogt, kunnen zij op den vochtigen bodem ook nog
heel goed blijven leven en Ijetere tijden afwachten. De zuur-
stof, die zij afgeven, komt dan ook niet het water ten goede
— zij helpen in de sloothuishouding alleen mee, doordat
ze schaduw en koelte geven en een schuilplaats voor 't klein