Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
107
de Duitschers te spreken) eene groote reputatie verworven.
De mannelijke bloemen van onze AVaterpest bevatten
negen meeldraden — een tamelijk ongewoon aantal ook.
Tegen den tijd, dat die meeldraden „rijp" zijn — dus als
zij gaan openbarsten en hun stuifmeel vrijlaten, — laat de
geheele mannelijke bloem los van de plant, waarop zij zich
ontwikkeld heeft, om vrij in het water rond te drijven. De
helmknoppen, met klevend stuifmeel overdekt, steken dan
buiten het bloembekleedsel uit — ze kijken overboord. Yoort
drijven de ranke bootjes over 't spiegelend vlak — in Juli
en Augustus waaien geen stormen. Waarheen drijven ze?
Sommige stranden aan den waterkant en gaan verloren,
andere blijven van den wal af en komen terecht bij de
vrouwelijke bloemen, die gelijk met het water liggen en
wier uitstekende stempels met de helmknoppen in aanraking
komen. Eenige stuifmeelkorrels blijven op de stempelpapillen
kleven, groeien door den stijl naar 't eitje en het zaad kan
rijpen.
In hoofdzaak is deze manier van bloeien dezelfde als bij
de Vallisneria spiralis, de beroemde plant, waarvan ik zoo
even sprak. Deze groeit in het wild in Zuid-Europa, maar
ieder liefhebber van aquariums bezit er wel een paar plant-
jes van en zal u graag een stekje geven. Ze wortelen in
den bodem en groeien geheel onder water, lange bandach-
tige groene bladeren, die rechtop staan — een weinig uit
elkander gebogen. Als ze goed licht hebben, gaan ze in
't aquarium wel bloeien ook en dat is de moeite waard.
Sommige planten ontwikkelen groene knopjes, onder wa-
ter, op rechte steeltjes van 1 a 2 cM. lang, andere krijgen
dergelijke knopjes, maar die zitten op een lang steeltje, dat
net als een kurketrekker ineengedraaid is. Na eenigen tijil
strekt die kurketrekker zich uit, totdat het knopje de opper-
vlakte van het water bereikt heeft. Daar opent het zich