Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
Of)
te laat, een draaikevertje en een schaatseidooper liebben ieder
aan één kant het ongelukkige juffertje beet gepakt en snel-
len er mee heen; de schaatsenlooper wil niet los laten, hij
sleept het torretje mee; daar scheert een zwaluw over het
watervlak: kokerjuffer en schaatsenlooper verdwijnen samen
in één wijden bek. Het draaitorretje is nog net bij tijds snel
ondergedoken, het heeft ook niet voor niets vier oogen
waarvan er twee naar boven in de lucht, en twee naar
onder in het water kijken.
Ge moet wat schaatsenloopers en draaitorren in uw
aquarium houden, dat geeft heel wat leven aan de opper-
vlakte. De schaatsenloopers moet ge niet in een flesch met
water, maar in een doosje meenemen, anders zijn ze ver-
dronken vóór ge thuis komt.
Door het schudden van de flesch raken ze onder w^ater,
en daar kunnen ze niet tegen; ze zijn er op ingericht snel
over het water te loopen, maar er in geraken is hun dood.
Op blz. 41 is er eentje te zien.
De draaitorretjes kunnen het onder water wel uithouden,
net zoo goed als aan de oppervlakte; onder de loupe kunt
ge een van de oorzaken van hun verbazende vlugheid vin-
den: hun middel- en achterpooten zijn bijna geheel en al
vinnen.
Ook op de gekleurde plaat met watertorren komt het
draaitorretje voor; die plaat kan u een steuntje geven voor
het geval, dat ge eens een verzameling waterkevers wilt aan-
leggen, of anders, wanneer ge den juisten naam van een ge-
vangene wenscht te kennen; daarbij is echter nauwkeurig
kijken en vergelijken de boodschap; vooral het aantal klauw-
tjes aan de laatste tarsen geeft verschil in soort aan.
Nu zal het u wel eens, net als mij, overkomen, dat men
u heel welwillend waarschuwt, toch vooral niet met den
mond boven de sloot te komen, omdat de gassen, die daaruit