Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
Pak hem eens! mis, liè? Neen, zoo gemakkelijk laat oen
zweefvlieg zich niet vangen. Kijk, daar staat hij stil in de
lucht, zijn vleugels zijn in zoo'n snelle beweging, dat ze
haast niet meer te zien zijn; 't is of het diertje met de
pooten naar beneden in de lucht hangt aan een onzichtbare
draad — daar schiet hij als een pijl uit den boog, regel-
recht op de bloem af, waarvan ge hem zooeven hebt ver-
jaagd. Hij zit in het vlindernet, neem hem gerust met de
vingers er uit; het lijkt wel een gevaarlijke bij, en hij pro-
ftteert wel van die gelijkenis, maar het is er geen; zie maar,
het mooie diertje heeft maar twee vleugels, en zulke in-
secten hebben geen an.gcl.
Daar zit nog zoo'n zweefvlieg, die is weer anders getee-
kend en niet zoo harig; zijn borst is overlangs goud geel
gestreept, ook zijn achterlijf is, maar overdwars, van zulke
streepen voorzien. Ook een mooi diertje niet?
Nu, die twee mooie zweefvliegen en nog andere soorten,
die soms ver van de sloot tusschen groen en bloemen leven,
waren verleden week nog grauwe rotjes met langen staart.
Dat rotje is met kleine pootjes, die ge misschien nog niet
eens hebt opgemerkt, tegen den slootkant op gekropen, —
een heel eind ver het weiland in, of de dijkhelling op. Daai'
verschrompelde de lange staart, waarmede hij in 't water
lucht van de oppervlakte haalde; maar in de plaats daai'-
van kwamen een paar oortjes te voorschijn, die den zelf-
den dienst in de lucht deden. Zoo bleef het weeke, vieze
rotje een dag of wat liggen, grauwbruin als de aarde tus-
schen het gras, ongezien en ongedeerd. Toen brak opeens
het topje af, en een sierlijke, wondervlugge zweef-vlieg zag
het levenshcht. Over een dag of veertien keert hij, si Dien
lui prête vie, van de bloemen naar de sloot terug, om o])
een of andere waterplant eieren te gaan leggen.
En dat stokje? Als ge de teekening op blz. 91 goed bekijkt.