Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
90
voor de opening en verslaapt zoo den barren wintertijd
In het voorjaar en soms weer in het najaar maakt hij
aan zijn luchtwoning een zijvertrek, waarin hij zijn eieren
onderdak .brengt; misschien zult ge, als gij bij toeval ook
een mannetje in het aquarium hebt gekregen — die zijn
veel grooter, net andersom als bij de landspinnen — be-
merken, dat twee soms drie luchtklokken door overdekte
luchtgangen met elkaar zijn verbonden.
Maar we zouden door dien ijdelen zilverschijn aangetrok-
ken, geheel en al vergeten, dat we bezig waren kokerjuffers
te verzamelen.
In den zomer of als het een mooi voorjaar is geweest al
in het laatst van Mei of in het begin van Juni, vindt ge
weinig phryganiden meer bij den bodem, dan hebben de
larven zich al weer verpopt. De opening van hun huisje is
met een luchtig geweven netje gesloten, (aan het bovenste der
twee vergroote kokertjes is deze sluiting duidelijk te zien]
en nu hebt ge veel meer kans de huisjes te krijgen door
de oppervlakte van de sloot aan een nauAvkeurig onderzoek
te onderwerpen.
Ze drijven thans met den zwakken stroom mee of hangen
in stilstaand water tusschen drijvende waterplanten. Let op
alles, wat ge ziet en niet dadelijk herkent.
Daar komt al wat aandrijven; haal binnen jongens! Net
een plat stokje! en dat ding daar ginds? wacht maar het
drijft hier heen; dat lijkt wel een miniatuur-rat met een
flinke staart. Zouden dat ook kokerlarven zijn?
Kijk eens, ze bewegen zich allebeide; al zijn er nu ook
wel beweeglijke poppen onder de insecten, de huisjes van
de kokerlarven leven toch zelf niet. Dit zijn dus geen
phryganiden. Wat dan wel?
Ja, wat zal ik zeggen, de latijnsche namen klinken zoo
geleerd; wij jongens noemden ze eenvoudig //rotjes en stok-