Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
pon van onderwijs geene gewenschte vruchten kan op.
leveren, dan wordt de onvruchtbaarhtid van het
schoolonderwijs nog meer verslimmerd door het gehrek-
kige, zoo niet door het volslagen gemis, van aanwij'
zingen omtrent de leerwijze.
§. 66.
Gelijk de tot hiertoe opgetreden plannen - makers voor
het inrigten van scholen niet tot het inzigt en de
overtuiging schijnen te zijn gekomen, dat de school-
kundigheden, als kundigheden voor het gewone leren
(non seholae sed vitae discendum), eigenlijk vooralle
menschen dezelfde zijn, cn alleenlijk met betrekking
tot den stand van den leerling moeten gewijzigd we-
zen ; zoo schijnen die geleerden nog minder te kunnen
bevroeden, dat juist ten aanzien van het wijzigen der
kundigheden voor den stand, _ lot welken de leerling in
de maatschappij behoort, bij het onderwijs alles op
de manier van ondencijzen en de methode aankomt, en
dat deze, zoo wel als de stof voor het ondenoijs, wat
het wezen der zaak aanbelangt, slechts eene bepaalde
en algemeene behoort te wezen.
üit dit gebrek aan grondig inzigt in de zaak kan
dan ook worden opgemaakt, dat de opstellers vau de
meergenoemde ontwerpen en voorschriften door2;aan8
dit voorname punt niet alleen geheel zonder eenige be-
paling laten, maar dat velen het zelfs uitdrukkelijk,
als niets tot het wezen der zaak afdoende, aan de
ondencijzers willen hebben overgelaten. Daaruit vloeit
dan voort het onberekenbare nadeel voor het onder-
wijs, en deszelfs gevolgen, dat ieder onderwijzer zijn
onderwijs blootelijk naar zijne ivijze van zien, volgens
willekeur, ja grootendeels volgens zijn gemak, inrigt