Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
83 " ^
heden, die voor het leven dienstig zïjn, aan oefeninjj
des Verstands knn in zulke seholen, met uitzondering
van den inhoud van den catecliisnius en van het re-
kenen, in 't g^eheel niet gednelit worden.
Dnn, dat wij overjyaan lot het onderzoeken en Le-
oordeelen van zoodanijj lcer()lan, op hetwelk de vak-
ken van onderwijs in groote menigte voorkomen,
de vier genoemde kundigheden als noodznkelijk worden
verklaard, en de overige als algemeen-7mttig.
§, 63.
Tot welk einde mag dat meer uitgehreide leerplan
de menigvuldige onderwerpen van onderwijs toeh wel
opnemen, wanneer daarbij enkel de vier bedoelde als
noodzakelijk, en de andere als algemeen ^ nuttig worden
verklaard? Moeten deze welh'jjt maar in de eene of
andere school, en alleen bij gedeelten en naar welge-
vidlen, worden niedojjedeeld ? — Hoezeer mag het on-
bepiialde, dat in eene zaak van zoi» groot belang blijft
heerselïen, niet worden betreurd! Hoe veel behoort
een i»nder\vijzer wel van die algemeen - nuttige kundig-
heden in zyn onderrigt op te nemen, en welke daar-
van wel bij voorkeur boven de andere? Zal een min-
ontwanrde , dat kinderen, na drie maanden onderwijs te heb-
ben ontvangen , lofielijke vorderingen hadden gemaakt in lezen
cn schrijven, in den toon van een edel gevoel, den uitroep :
Waarom is deze methode niel meer bekend , niet meer alge-
meen ingevoeld ? — WolLe koslbare tijd kan daarbij niet
wordnn gewonnen voor de verdere ontwikkeling en opleiding
der jeugd! Dil moei enz. — Dc bescheidenlieid gebiedt den
Schrijver de verdere uitdrukkingen, bewijzen van eene hoog-
wijze eu mensclilievcijile denkwijze , onvermeld Ie laten.
7