Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
genoemde plannen tegen te spreken, en derhalve wel
alle leervakken in het ontwerp opnemen, maar dezelve
in volstrekt noodsakelijke en algemeen-nuttige kundig-
heden onderscheiden.
61. ,
De beklagenswaardige kortzigtigheid van sommige an-
dere vervaardigers van dergelijke ontwerpen voor de
inrigting der scholen valt bovendien daarbij meer bij-
zonder in het oog, door de aanmatiging en onbillijk-
heid, waarmede zij zonder omwegen verklaren, dat de
boeren en de arrnen van al die algemeen - nuttige leer-
vakken niets behoeven te weten, als zijnde de vier be-
doelde hoofdvakken voor hen toereikend en voldoende.
Wat kan er nu heilzaams verwacht worden van een
schoolwezen, dat, bij mangel aan een vast beginsel,
het niet eens met zich zelve eens is over datgene,
wat behoort geleerd te worden, integendeel deswege in
onzekerheid, in tegenspraak, ja, in strijd is'?
62.
Maar wij zullen nog nader onderzoeken, welke uit-
werking de opvolging van het eene of andere school-
plan te weeg brengt.
Te dien einde zullen wij het eene na het andere
wat meer van naderbij beschouwen, en vestigen nu
onze aandacht in de eerste plaats op de school, in
welke het beperkte plan van onderwijs het lezen,
schrijven, rekenen en de Christelijke leering als wettige
voorwerpen van onderwijs voorschrijft.
Hoe arm aan kundigheden voor het leven blijft toch
de mensch, wanneer hij niets anders leert dan lezen,
sehrijven, rekenen en den catechismus! Hoe weinige
gelegenheid en middelen ter oefening van zijn verstand