Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
ping cn beperking van het onderwijs weder tot de duister-
nis, waarin hun leven zich voorheen bevond, terug te
brengen, nademaal dergelijke bedoeling, indien zij ook
maar een begin van uitvoering kon erlangen, een schan-
delijk verraad jegens God en menschen zoude wezen.
Doch in dit geval is het ook voor degenen, die de
verlichting der menschen door middel van het onder-
wijs verdedigen, heilige pligt, te onderzoeken, waar
het bij toekomt, dat het meer uitgebreide ondeneijs geene
betere vruchten te voorschijn brengt. Men zal, om die
reden, bepaaldelijk en streng onderzoeken, hoedanig de
eigenaardige gesteldheid van het onderrigts - wezen, met
opzigt tot deszelfs hoofddoel, is, en, indien deze be-
schouwing aanleiding geeft tot het ontdekken van ge-
breken in de wijze, waarop het wordt behandeld,
dan zal zulks met naauwgezetheid, en derhalve zon-
der er op te letten, of degenen, wien het treft, uit
onkunde, dwaling of eigenbaat daaraan schuldig zijn,
opregt en vrijmoedig worden voorgedragen, en allen,
die het goede willen, met aandrang op het hart ge-
drukt worden. Het betreft hier toch de gewigtigste
aangelegenheid van het oogenblik. Wij laten ons on-
derzoek de volgende stelling voorafgaan.
§. 69.
Indien het Schoolwezen door het hoogste Staatsbestuur
met juistheid begrepen, in deszelfs gang volgens een
vast beginsel doelmatig geregeld, cn door raadslieden,
die het ware inzigt hebben in de zaak, geleid, door
kundige opzieners bewaakt en door bekwatne ondencij-
sers bediend wordt; dan moet het, volgens de natuur-
f^ke wetten van het menschelijke leven, noodzakelijk de
gewenschte vruchten voor zeden, deugd. Godsdienst en