Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
het onderwijs worden opgewekt en in het leven heer-
schend worden, hetzij dan regtstreeks of middellijk.
Indien ook al de invloed van de zinnelijkheid op '» men-
schen bestemming, wil en daad niet kan geloochend
worden, zoo moet men toch toestemmen, dat deze
invloed door geene andere uitwendige magt dan al-
leen ook weder door die der voorstelling kan worden
afgekeerd of schadeloos gemaakt. Insgelijks wordt toe-
gestemd, dat, ja, belangrijke voorvallen, of groote
wereld - gebeurtenissen, aan het leven eener natie eenen
belangrijken zwaai en eene bedenkelijke rigting kun-
nen geven; echter moet daartegen weder worden toe-
gegeven , dat het onderwijs dese rigting van het
leven in staat is te leiden, indien het wezentlijk tot
het voorstellingsvermogen der menschen doordringt. Ten
gevolge van deze onloochenbare opmerkingen hebben
daarom de angstvallige vijanden der verlichting (alhoe-
wel zij den grond hiervoor niet klaar inzien) niet ge-
heel en al ongelijk, wanneer zij het bewijs voor de
geldigheid van hun bezwaar aldus voorstellen: in den
tijd, die der nieuwe onderrigtsicijze vooraf ging, wer-
den de aangeduide en gegispte verkeerdheden en gebre-
ken niet opgemerkt; — en voorts: dezelve worden ook
maar voornamelijk hij het jongere geslacht van dien tijd
(het begin der negentiende eeuw) gevonden.
Dan, zoo wij nu al toegeven, dat die klagers niet
geheel ten onregte met die bezwaren voor den dag
komen, achten wij ons toch verpligt hunne stelling
te bestrijden, dat het onderwijs door en op zich zelve
zulke nadeelige gevolgen zou kunnen voortbrengen, en
wnj moeten met den meesten nadruk hun verlangep
van de hand wijzen, om de menschen door inkrim-