Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
deze eigenschappen gelukkig volk. — Worden nu derge-
lijke vruchten in ons Vaderland tot ons genoegen op-
gemerkt? Heeft het door de betere scholen meer ont-
wikkelde verstand ook wezentlijk hooger standpunt ver-
kregen, en de volksvoorspoed er inderdaad bij gewon-
nen; of hoort men niet nog dagelijks de klagten over
teruggang, ja over verarming en dringenden nood, met
meerder' nadruk aanheffen?
Mogen wij ons verblijden over meer reine zeden,
over werkdadiger godsvrucht, en, als vruchten van
deze, over eene grootere volgzaamheid en getrouwheid
der onderdanen, eene strengere ingetogenheid bij bei-
de kunnen, eene heiliger achting voor den huwelijks-
band? Bestaat er eene gunstiger en meerder voordee-
len aanbrengende stemming tusschen de inwoners eener
zelfde gemeente, eene warmere liefde voor het Vader-
land en den regerenden Vorst, eene grootere verkleefd-
heid aan geestelijke en wereldlijke overigheden, in 't
kort, een reiner en werkdadiger Christendom ? Of
wordt ons gemoed niet veeleer door hiermede strijdige
verschijnselen tot treurigheid gestemd? Welke klagten
toch gaan er niet op over het verval der zeden en
van de Godsdienst in 't algemeen? Welke klagten in-
zonderheid hoort men niet allerwege over de balsturig-
heid, wederspannigheid en onvolgzaamheid der onder-
danen jegens overigheid, wetten en verordeningen?
Welke trouweloosheid jegens de Regeringen! Welke
verontwaardiging wordt er niet eiken dag meer en
meer openbaar over het verdwijnen van alle schaamte
in den omgang van personen van beiderlei kunne!
Hoezeer gevoelen zij zich niet ontmoedigd, die den
huwelijksband als den grondslag van een gelukkig Ie-