Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
het volk eeiie betere opleiding te geven. Het gezigts-
punt der Staatswetenschap: het volk te vormen voor
de bedoelingen, welke de Staat zich moet voor oogen
stellen (hetgeen der algemeene vorming geen hinder-
nis in den weg legt) kwam nergens duidelijk te
voorschijn. Nogtans maakten de tijdsomstandigheden
het raadzaam, dat men zich de vraag ter beantwoor-
ding voorstelde: Wat wordt wel door dit verbeterd
on ijverig ondersteund schoolwezen voor eene in den
tegenwoordigen tijd passende volksbeschaving gewon»
nen? — De Regeringen hebben zich zelven deze vraag
nog niet bepaaldelijk voorgehouden: zij schijnen,
bij hare prijzenswaardige zorg en edelmoedige pogin-
gen voor den bloei der scholen, zich zelfs geen klaar
denkbeeld te hebben gevormd van de oogmerken,
welke de Staat door deze inrigtingen kan bereiken;
want in zulk geval zouden zij, na het tijdsverloop
van 10 tot 20 jaren, binnen hetwelk de vruchten
van de door hen geplante boomen zigtbaar, ja onmis-
kenbaar, behoorden voor de oogen te staan, deze met
meer zorgvuldigheid nagaan, en onderzoeken, of zij
geene ongunstige, ja schadelijke, uitwerkselen voor het
volksleven hebben ten gevolge gehad. Het is daarom
de heilige pligt der opvoedkundigen, om met bijzon-
dere oplettendheid dit onderzoek en dat proeven van
de vruchten van het verbeterd schoolwezen, met op-
zigt tot het openbare leven van onzen leeftijd, te
bewerkstelligen.
§■ 57.
Ongetwijfeld hadden de Regeringen, zonder het zich
zelfs duidelijk bewust te zijn, ten doel, hare onder-
hoorigen op te leiden tot een verstandig, braaf en door