Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
Op die wijze werden niet sleehts de aanwezige vier
Faeulteiten met leerstoelen vooi' de uitgebreidere we-
tenschappelijke kundigheden vermeerderd, maar zelfs
eene nieuwe Faculteit, die van de zoogenaamde Staats-
huishoudkundige Wetenschappen, opgerigt. Even ioo
werd de lagere school niet alleen met eene nieuwe
instelling, namélijk de Zon- en Feestdagsschool, ver-
rijkt en uitgebreid, maar ook de leervakken werden
in de eerstgenoemde boven het van ouds gebruikelijke
getal vermeerderd.
Eindelijk werden nog, ter meer verzekerde verbete-
ring van de geleerde en volksscholen, bijzondere voor-
schriften ter regeling en inrigting van het onderwijs,
van Bestuurswege, gegeven, en zoo ook gepastere
schoolboeken ten gebruike in de scholen vervaardigd
en ingevoerd.
§. 56.
Deze voortreffelijke en ijverige werkzaamheid baande
zich van hieruit niet alleen ingang in andere lan-
den , maar de hooggeëerde Regering van Pniissen,
die zich van voor lang reeds door de bevordering
der hoogere oefenscholen billijke achting had ver-
worven, scheen zich zelve te willen overtreffen. Im-
mers bepaalde zij zich niet enkel bij het oprigten
van kweekscholen voor onderwijzers, maar liet be-
kwame jonge onderwijzers andere landen bezoeken,
ten einde zich met de vorderingen van het school-
wezen elders bekend te maken. Wurtemberg, Saksen,
Baden en Hessen volgden weldra dit roemwaardig
voorbeeld na. Intusschen schijnt allerwege nog de
edele beweegreden der humaniteit uitsluitend gebied
te voeren, te weten de voortreffelijke bedoeling, om