Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
de nog sluiineiende Lelaugsteiling voor sciiooivernete-
ring en volksbeschaving werd opgewekt, en weldra
andere Regenten en Ministers, op den snellen voor-
uitgang van de inrigtingen van onderwijs en bescha-
ving in Beijeren een bijzonder opmerkzaam oog vesti-
gende, tot gelijke werkzaamheid en behartiging van
dezen tak van bestuur zich nadrukkelijk voelden aan-
gespoord, hetgeen zij hier en daar gaandeweg raet
daden bewezen.
§. 55.
Van dit tijdstip af, nam het schoolwezen eene
plaats in den kring van die bestanddeelen der Duit-
sche Staatsbesturen in, welke aan het geheel leven
bijzetten. Beijeren was intusschen nog steeds het
voorbeeld, dat men zich ter navolging voorstelde,
want aldaar bleef meer in het oogloopend de leven-
digste werkzaamheid voor deze zaak heerschen.
Het was voor de Regeling eene zaak van aanbelang
geworden, om zoo wel de Hoogescholen als de overige
Studie-inrigtingen en gewone scholen op te beuren en
te verheffen, en dit niet enkel door derzelver in-
komsten te vermeerderen, maar ook door het school-
onderwijs zelf te verbeteren. Uit dien hoofde trachtte
men, zelfs met groote opofl erin gen, bekwame man-
nen van buiten's lands voor de Hoogescholen te win-
nen, dewijl het land zelF er niet genoeg opleverde,
en men streefde er daarom ook naar, om de school-
inriglingen voor het volk niet alleen door bijzoDder
tot dit einde bestemde fondsen vastere grondslagen
te geven, maar gaf zich moeite om het ouderwijs
zelf, gelijk gezegd werd, te verhellen en uit te
breiden.