Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
f)9
§. 52.
Gedurende geheel dit tijdvak wist de Staat zck»
min als het Staatsbestuur iets bijzonder goeds voor
hare bedoelingen van het schoolwezen te hopen, en
er even weinig nadeeligs of schadelijks van te vreezen.
De scholen werden alzoo in 't geheel niet uit het
oogpunt van het Staatsbestuur, of als daartoe behoo-
rende, beschouwd, en veel minder werden zij opge-
nomen onder de beweegraderen van de Staatsmachine.
Dat men er zich mede onledig hield en ze bevorder-
de , had, waar zulks plaats mögt vinden, zijnen
grond enkel in de humaniteit der Regenten, dat wil
zeggen, in het menschlievend oogmerk, om hunnen
onderdanen meerder beschaving te verschaffen.
Men acht zich echter verpligt te vragen: Behoort
het schoolonderwijs niet onder de belangrijkste voorwaarden
en bepalingen van het Staatsbestuur, in onzen leeftijd
met name, te worden opgenomen, en, indien dit het
geval moet zijn, in welke verhouding staat het tot het
belang van den Staat, en moet het als wezenthjk Staats-
belang aangemerkt worden ?
§. 53.
De algemeene verlichtingsperiode, welke kort vóór
het uitbarsten van de Fransche omvirenteling grooten
invloed op het openbare volksleven uitoefende, gaf
den voor het schoolwezen goed gestemden Regenten
aanleiding, om ook die kundigheden der natuur in
het schoolonderwijs eene plaats in te ruimen, welke
geacht werden die verlichting te kunnen bevorderen;
echter met het bepaaldelijk uitgedrukte oogmerk, dat
zij zouden dienstbaar gemaakt worden aan de meest
nuttige en voordeelige inlichting en ondertcijzing om,'
6*