Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
Het vóórname gevaar is echter daarin gelegen, dat
de jeugd zich zoo ligt door de voorstelling van een-
zijdig opgevatte denkbeelden van Grootheid, Verheven-
heid en Schoonheid voor de Oudheid laat innemen
en opvrinden, en zich zoo gemakkelijk tot eene geestdrift
laat ontvlammen, die in staatkundig, en, bij de bete-
ten , in godsdienstig fanatismus ontaardt, welk laatste
eindelijk weder in het staatkundige overslaat, gelijk ons
door het jongste en meest in het oog loopende voorbeeld
in den beroemden Schrijver van de Woorden eens Ge-
loovigen is gebleken.
§. 50.
Indien wij de vorige beschouwing kalm en bedaard
gevolgd hebben, zullen wij overtuigd zijn, dat in
ons Gymnasiaal onderwijs, wanneer het namelijk niet
door het ware beginsel wordt geregeld, een groot ge-
vaar voor het openbare leven gelegen is. Doch wij
zullen voorzeker nog op de vraag gebragt wor-
den: Wat dan wel de oorzaak moge wezen, dat de
slechte geest, waarvan wij spraken, zoo algemeen
onder het rolh is verspreid? Immers kan het Gym-
nasiaal onderwijs datgene, wat als deszelfs gevol-
gen worden aangemerkt, slechts onder studerenden ver.
breiden.
Ingevolge de inleiding tot onze vorige Beschouwing
hebben wij de overtuiging gekregen, dat de grond
van het kwaad, dat wij betreuren, in de verkeerde
begrippen moet gezocht worden, welke ten aanzien
van den mensch en zijne regten worden opgevat.
Diensvolgens doet zich de vraag op: Of niet ook
het volksonderwijs de door de hoogere verlichting
!)ij ons in zwang gcbragte dwaalbegrippen, zoo al
5