Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
plannen of ontwerpen voor sckoolinrigtiugen te vei'vfiar-
digen, die, bij gevolg, onderling in strijd waren,
uithoofde van de afwijkende inzigten en stelsels, en
welke dan toch hier en ginds in eenige inrigtin-
gen Tan onderwijs (men vergelijke eens Schulpfoiia
met Schnepfenthal) werden ingevoerd.
§■ 45.
De katholijke schoolbestuurders zouden zich onge-
twijfeld — alzoo de philologie in den strengen zin van
het woord voor hen eene onbekende landstreek was —
ten aanzien van hunne Gymnasien, aan de Realisten
hebben aangesloten, indien niet de omstandigheid,
dat de kennis der Latijnsehe taal onontbeerlijk was,
hen daarvan had terug gehouden.
Desniettemin naderden zij toch eenigermate het stel-
sel van de vermeende opleiding voor het leven, en
ontwierpen schoolplannen, in welke dat stelsel dc
voornaamste vakken van onderwijs voorschreef.
Alstoen ontstond er een openbare krijg tusschen de
Philologen en de voorstanders der gelukzaligheidsleer,
bij welken eerstgenoemden, die dc sterkste wapens in
het gebruik der taal in hun voordeel hadden, en
hunne tegenpartij met den vernederenden naam van
Realisten bestempelden, terwijl zij zich zeiven met
den schoonen titel van Humanisten versierden, (met
regt) de bovenhand behielden.
Nu gelukte 't hun ook in de katholijke Gymnasien
den toon te geven. Doch, niet vatbaar om zich daar-
mede tevreden te stellen, dat zij de Realisten op den
achtergrond hadden geschoven, en veeleer er op uit,
om de heerschappij geheel en al in eigen handen te
krijgen, wakkerden zij op nieuw den strijdlust der te-