Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
liet vroeger bedoelde tijdvak, maar des te meer ge-
leerde philologen verkregen.
§■ 43.
De philologen bragten hunne geleerdheid over op
de instellingen van onderwijs en oefenden zoodanigen
invloed daarmede uit op de onkundigen, dat zij de
studie der Philologie tot een bepaald voorschrift voor
het Gymnasiaal onderwijs verhieven, en dezelve ook aan
de katholijke Gymnasiën trachtten op te dringen, na-
dat de Jezuiten, die tot dusverre daarin als Wetge-
vers hadden verkeerd, hunne heerschappij hadden
verloren.
Inderdaad hadden reeds enkele katholijke Vorsten
het besluit genomen om philologen te laten overkomen,
ten einde door hen ook in hun eigen land jonge lieden
daartoe te laten opkweeken. Door deze al te groote ge-
strengheid der philologische gebieders werden tegen-
strevers te voorschijn geroepen, die een tegenoverge-
steld einde aan de studie trachtten voor te stellen en te
doen gelden, namelijk dat, hetwelk zich ten doel zou
stellen, om ons in te lichten aangaande onze levens-
betrekkingen. Deze tegenpartij verkreeg te gemakkelij-
ker en te eerder ingang, alzoo hare leer aan het
gros der mensehen meer beloofde, terwijl de philo-
logen niet in staat waren de hoogere voordeden van
hun vak, volgens het spreekwoord: ignoti nulla cupido,
even zoo klemmend voor te dragen en aan te prijzen.
Van nu af aan begint een ongelukkig tijdvak voor
het Gymnasiaal onderwijs.
S- 44.
De toongevers van ieder stelsel kregen nu aanlei-
ding, of werden zelfs wel uitgenoodigd, om studie-