Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
III
leerlingen leverden voor de hoogere studiën, en wel
hoofdzakelijk door het onderwijs in de Latijnsehe taal.
Maar zeer weinig groote geleerden deden zich op, die
de oude talen met bijzondere scherpzinnigheid en eenen
gewenschten uitslag beoefenden. Doch, nadat ictiier
zijne eigene geloofsbelijdenis op den Bijbel grondde,
moest hij ook op zulke oefenplaatsen bedacht zijn, in
welke de oorspronkelijke talen werden onderwezen.
De Latijnsehe, Grieksche en Hebreeuwsche talen
Waren nu de hoofdzakelijke leervakken in de pro-
testantsche studie - inrigtingen. Zij hadden derhalve een
bepaald doel en werkten er regtstreeks op om het te
bereiken.
De Jezuiten, wien, als hoofdbestrijders van het Pro-
testantismus , de opleiding voor den geleerden stand
door katholijke Vorsten was opgedragen, rigtten insge-
lijks soortgelijke instellingen op, tegenover de protes-
tantsche; dan, nademaal onder de Katholijken geen an-
dere Bijbel gezag heeft dan alleen de Vulgata, zoo
behoorde voornamelijk de Latijnsehe taal, en niet de
Grieksche en Hebreeuwsche, onder de in dezelve on-
ontbeerlijke voorwerpen van onderwijs.
41.
De protestantsche scholen hadden, zoo als reeds is
opgemerkt, een bepaald gedacht en bepaald uitgedrukt
doelwit, en uit dien hooWe werden dan ook de letter-
oefeningen in dezelve niet slechts van den kant der
onderwijzers, maar ook van dien der leerlingen, we-
zenUjk verstandelijke oefeningen. Minder aldus bij de
Katholijken. Immers had meer het gebruik en de ge-
woonte derzeher aanwezen gegrondvest, dan wel bepaal-
delijk aangewezene bedoelingen derzclver inrigting ge-