Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
la den beginne scheen die verlichting zich en-
kel bij onderwijzingen uit de natuurlijke geschiedenis
en natuurkunde te bepalen, ter voorkoming van bijge-
loof en deszelfs nadeelige gevolgen; maar zij strekte
zich vervolgens ook uit tot de begrippen van de reg-
ten van den niensch, en wierp daardoor hoogst ge-
vaarlijke vonken in de ziel, welke later, door den uit
het westen opkomenden stormwind aangeblazen, nu
hier, dan ginds, in vlammen uitsloegen.
5- 37.
De in Frankrijk uitgebroken storm breidde zich, na-
melijk , weldra ook uit over onze Vaderlandsehe streken,
maar niet in het minste met zulke treurige gevolgen
voor het physieke leven, als voor het moréle; want,
door de mede uit Frankrijk overgekomeue regtsleer van
Vrijheid en Gelijkheid, werd de heillooze denkwijze
over al het positive zeer begunstigd, welker beklagens-
waardige gevolgen juist in den tegenwoordi^en tijd niet
alleen door de hoogere standen, maar ook door de
wclgezinden onder het volk, betreurd worden.
Ja, wij kunnen, terugziende op onze vorige Be-
schouwing, nu wel bepaald vaststellen en aannemen:
» Dat de grondoorzaak van het kwaad gelegen is in
n de eenzijdige en uit dien hoofde geheel verkeerde
» toijze van beschouwing van het natuur- en staats-
» regt."
§. 38.
Zij, die zich als leeraars in de wetenschappen op-
wierpen, zochten voor hunne regts -philosophie of voor
hun natuurregt de laatste en hoogste grondstelling in
het begrip van den mensch, als zoodanig, en leidden
hieruit het eenzijdige cn bij gevolg geheel valschc