Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
VOLTAIRE over al het stellig geopenbaarde eii stellig
voorgeschreveDe (1).
Deze Schrijvers, benevens eeilige andere> vaa gelijke
denkw^ijze als zij (2), hebben de geboorte bevorderd
van de Fransehe Omwenteling, wier aannadering zich
door onderscheidene bedenkelijke voorteekenen aankon-
digde. Doch zij gaven tevens ook aanleiding tot eene
nieuwe rigting van den geest in Duitschland, namelijk
tot de zoogenaamde verlichting, en de daardoor in het
aanwezen geroepene dagbladen- en tijdschriftenkraam.
De bij ons opgekomen verlichting wilde door behulp
van de dagbladen zich voornamelijk als eene wezen-
lijke schoolmeesteres van het volk opdringen; echter,
zonder beginselen en zonder een consequent stelsel in
hare onderrigtingen, bragt zij een heirleger van op
zich zelve staande begrippen en ontledingen van be-
grippen onder het volk, en veroorzaakte daardoor slechts
aansporing tot persoonlijk nadenken, zonder zekere en
vertrouwde leidslieden.
(1) Een der ergéiiijksle van zijne hon^mots met bctrekkin^ç tot de
zaak , welke ons hier bezig houdt , is de rraag en het antwoord :
Les grands pourquoi sont ^ ils si grands ? Parceque nous som^
mes à genoux — ainsi levons-nous! Dat deze Schrijver voor-
namelijk op het oogf had kwaad te brouwen, daarover {jeeft
de oordeelvelling van zijnen Koninklijken vriend FRtDKiviK het
on loochenbaars te bewijs j want deze groote Koning drukt ver-
volgens het leedwezen over zijnen omgang met voltaire in
dezer voege uit : » dat eene zoo nietswaardige ziel raet zulk
een heerlijk verstand gepaard ging." (Leven van fhedkrik den
Groote, )
(2) De goedhartige marmoiïtkl , door rijn Van 2440 , zelfs niet
uitgezonderd.
4