Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
der voelbaar maakten. Intusschen werd in den kring
van het burgerlijke leven de geest niet zoo regtstreeks
als in die van het kerkelijke opgewekt om over zijne
levensbetrekking na te denken; want het burgerlijke
leven was door stellige wetten en wettige voorschriften
in bepaalde vormen gebragt, in welke het zich zoo
lang rustig beweegde, als men niet de schending van
eene dezer wetten, of van die vormen, opmerkte. Uit
dien hoofde bedoelde dan ook het wetenschappelijke
•streven van de studerende jongelingschap bij de regts-
geléerde faculteit hoofdzakelijk de duidelijke kennis van
de toetten en van de wettige vormen, en dat der stu-
derenden en hunner 'groote Leeraars blootelijk de dui-
delijke verklaring der wetten uit derzelver bronnen, en
derhalve mede de geschiedenis van derzelver ontstaan en
invoering. Ook de voornaamste geleerden in het vak
der regtsgeleerdheid, die over algemeene regtsonderwer-
pen handelden, bleven binnen de palen van het regts-
gebied, gelijk, b. v. hüig de groot in zijn werk: de
inre belli et pacis. Eerst in latere tijden waren hoog
verlichte regeringen, zoo als, b. v., die van Pruissen
en Oostenrijk, er op bedacht om nieuwe, nationale,
wetboeken te vervaardigen, welke geschikt waren voor
en overeenkwamen met den graad van beschaving, dien
hare volken bereikt hadden. Zulke regeringen schenen
er reeds het oog op gevestigd te hebben, en overtuigd
te zijn, dat zij de ontwikkeling van de natie verpligt
zijn te leiden. Desniettemin werden hierdoor maar
weinige staatkundige schrijvers te voorschijn geroepen,
die door het ontwikkelen en uitleggen van de grond-
stellingen eener wijze wetgeving en van een verstandig
staatsbestuur de regering met redelijke waarheidsliefde