Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Wil men echter eerst dan tusschcn beide komen,
wantiecr het tijdstip reeds daar is, en zich door ont-
aarding aankondigt, dan komt raad en daad te laat,
eene verwijdering tnsschen den opvoeder en zij-
nen kweekeling is er het gevolg van, -welke tot
nog oneindig bedenkelijker' omstandigheden aanleiding
geeft.
Dit was het geval ten- tijde der Hervorming. De
bloedige kampstrijd, met welken zij werd doorgestre-
den , had voorzeker kunnen ontweken worden.
De Hervorming was, gelijk bekend is, lang te vo-
ren door helder ziende mannen voorspeld geworden.
Welke gewenschte en verheugende uitkomsten zoude
men niet hebben zien geboren worden, indien de Kerk-
voogden die wenken en aanwijzingen hadden opgevat,
overwogen en zich ten nutte gemaakt! Doch, wen-
den wij de oogen af van deze bedroevende gebeurte-
nissen op het kerkelijke gebied, en bepalen wij ons
hier hoofdzakelijk bij die, welke op de staatkundige
wereld betrekking hebben.
§. 33.
Wij moeten met onze beschouwing nog eens cenen
blik achterwaarts slaan op den toestand van ons Va-
derland, maar nu voornamelijk de aandacht gevestigd
houden op de geschiedenis van deszelfs beschaving.
Het Duitsche volk bevond zich tot op den tijd van
KAREL den Groote in eenen meer dierlijken dan men-
eenmaal, in oTereenstemming met de hoogere wetenschappelijke
vorderingen, een vrijer leven en eene met wijsheid berekende
herschepping zal ten deel vallen.