Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
sten er op bedacht, om aan hunne volken grondwet-
ten te verleenen, ten einde alzoo met de daad te be-
wijzen, dat zij, verre verwijderd van als dwingelan-
den te willen heerschen, integendeel genegen waren
om, als huisvaders, wegens de beste wijze, waarop de
welvaart van het huisgezin' zou kunnen bevorderd wor-
den , zich met hunne tot rijpheid gekomen zonen te
beraden; en ook in Duitschland verscheen alzoo de
eene constitutie na de andere.
Nu had men toch mogen verwachten, dat de heersch-
zuchtige drift naar vrijheid zou zijn bevredigd geweest.
Geenszins. Van nu af ving zij eerst aan in dagbladen
en vlugschriften regt levendig en vermetel te spoken,
en weerde zij zich zelfs met nadruk in de constitutio-
nele raadzalen. En hoevele redevoeringen werden in
dezelve niet uitgesproken, die niets minder ten doel
hadden dan de bevordering van den Staat en van het
Land, maar die enkel de strekking hadden om de
Vorsten in minachting te brengen en verdacht te ma-
ken, de Ministers te vernederen en andere raadslieden
en ambtenaren te beschimpen. '
26.
Doch nog oneindig bandeloozer vertoonde zich die
geest in de dagbladen en vlugschriften. Daarin is toch
zelden eenig gedeelte, waar niet het positive als men-
schelijke vinding of priesterbedrog met zwarte kleuren
wordt afgemaald, of Vorsten van bedrog en huichelarij
beschuldigd, door de smadelijkste vergelijkingen aan
haat en spot ten prooi gegeven, of Ministers als hand-
langers van despoten uitgekreten, Raadslieden als loon-
trekkende oogendienaars verdacht gemaakt, ambtenaren
als oostersche satrapen gebrandmerkt, dc bedaard- en