Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
volkswil alléén kan dc bron der wetgeving zijn, slechts
deze is, bij gevolg, souverein, en dc Regent is niets
anders dan de uitvoerder van dezen wil, uit krachte
van het maatschappelijk verdrag. Goddelijke Openba-
ring had daarom ook slechts in zooverre gezag, als dc
rede dezelve voor waar erkende.
S- 11-
Dat deze valsche wijsbegeerte desniettemin ook bij
ons ingang vond, is eigenlijk de voorname ramp, wier
gevolgen (ofschoon onze regeringen dan ook de af-
schuwelijkste derzelve, de omwenteling namelijk, wis-
ten te keeren) van onberekenbaar nadeel blijken te
wezen.
(J. 12.
De overgeërfde duistere idéën, op welke vroeger het
openbare leven der Duitschers berustte, werden door
het van uit Frankrijk oversehemerende licht als ligte ne-
velgestalten ontbonden en door het te voorschijn roe-
pen van tegenovergestelde voorstellingen geheel ver-
dreven.
Het armzalige motto, dat de Fransche legers op hun-
ne vanen voorop droegen : Vrijheid en gelijkheid, daar-
om vrede aan de hutten, oorlog aan de paleizen, had
den wuften zin der valsche verlichting en den hoog-
moed des volks gevleid, hoezeer ook de nieuwe pre-
dikers zich bij elke schrede als verloochenaars van hun-
ne eigene woorden vertoonden, nademaal de mensch,
die aangaande het ware leven onkundig is gelaten, daar-
bij enkel aan datgene blijft hechten, wat met zijne
zinnelijke neigingen overeenstemt.
13.
Eu zoo ook alleen kou het komen, dat in Duitsch-
a