Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
organische staatsleven in deszelfs tegenvvoordigen bo-
dem: zedelijk-godsdienstig gevoel en geloof, verstoorde,
en daarentegen eene vergiftige plant, die der vrijheids-
zuchtige eigenliefde, in de plaats stelde.
S- 9-
Het ware racnschenleven is eigenlijk een organisch
leven in gemeenschap. Hier buiten kan het leven van
het individu geenszins gedacht worden, en slechts uit
dit denkbeeld ontwikkelen zich de beginselen van regt
en zedelijkheid voor ieder' mcnscli in het bijzonder, en
voor de verschillende standen zoowel als voor den
Staat en deszelfs Beheerscher.
Dc ontwikkeling der regtsbeginselen uit de raenseihelijke
natuur is daarom niet alleen de eenzijd igste, maar ook
de meest verkeerde werkzaamheid van het bespiege-
leiide verstand.
§. 10.
De groote vernuften van Frankrijk, die, bij het ont-
luiken der Fransche letterkunde, van den leeftijd van
LODEWiJK den XIV. af, tot vcrblindens toe schitterden,
voLTAHiE, KorssEAU, DiDEBOT CU dcrgclijkcn, hadden
hunne wijsgeerige stelsels op de eenzijdige beschouwing
van' den mensch op zich sehen gegrondve.^t, en des-
zelfs oorspronkelijke hoofdneigingen tot regtsbeginselen
zijns levens jegens anderen verheven, en alzoo moesten
de begrippen van vrijheid en gelijkheid der menschen,
van uit zulk een eenzijdig gezigtspunt, als schitterende
uitkomsten voor de betrachting van zwakke oogen zwe-
ven. Al het bestaande positive moest daarentegen, als
eene crgeilijke usurpatie van de overniagt of van het
bedrog, doemwaardig voorkomen. De staat had in hun-
ne oogen slechts geldigheid als Contract Social. Dc