Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
lijke taal, maakte de studie der oud - klassieke talen
tot een hoofdvoorwerp van de geleerde opleiding, en
bevorderde uit dien hoofde vroeger in die landen we-
tensehap en zoogenaamde humaniteits-studiën, terwijl nog
de instelling der Jezuiten in de katholijke landen aan
die studiën hare stremmende kluisters hield aangebonden.
Intusselien wilde de Voorzienigheid, dat ook deze
sehoolkluisters nog in de tweede helft der vorige eeuw
zouden verbroken worden. JVa dien tijd peinsden dan
ook de katholijke Vorsten met aanwakkerende vrijheid
op de bevordering der wetenschap, en dien ten ge-
volge op de opbeuring hunner Uuiversiteiten en s«u-
die - inrigtingen, en later ook op de verlichting van
hun volk.
Bij deze pogingen ontwikkelde zich eerst in Duitsch-
land een nieuw leven, een leven, waarin dc geest
begon heerschappij te voeren en het zalige gevoel van
menschelijke waardigheid werd opgewekt en versterkt.
Tot welken trap van geluk zou ons Vaderland niet
zijn gestegen, indien de vermogens van den geest, nu
meer cn meer opgeAvekt, en door de welvaart des lands
ondersteund, in natuurlijken en trapswijzen voortgang,
en onder wijze leiding, zich nu ongestoord hadden
kunnen ontwikkelen.
Doeh, in den ondoorgrondelijken gang der Voorzienig-
heid was het anders besloten. Een vreesselijke stroom,
van uit het Westen voortgestuwd, brak door in onze
vreedzame landouwen, verstoorde onze kalme rust
en vernielde onze stoffelijke cn zedelijke welvaart.
Het onheil, door de Fransche omwenteling over ons
uitgestort, kan hier enkel uit zulk een oogpunt be-
schouwd worden, in zoo verre zij den wortel van het