Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
eii ondersteunende zorg te hebben tocjjewijd, nade-
inaal zy de welvaart van het volk zoowel als deszelfs
zedelijkheid hoofdzakelijk in eene goede opleiding in
de scholen vermeenen gevestijjd te zien, en het eener
hooge regeringswijsheid waardig achten, de beoefening
en den bloei der wetenschappen, en de beschaving
des volks in 't algemeen, naar vermogen te bevorde-
ren. Eenig verband {usschen het schoolonderwijs on
de staatskunst van hunnen leeftijd zullen welligt ook
deze verhevene staatslieden evenmin vermoeden, als
de aan hen ondergeschikte ambtenaren; en zulks wel
op den liiervoren in 't algemeen aangevoerden grond,
dat, namelijk, ook zij het schoolwezen nooit andera
dan in deszelfs tot dus verre zoo zeer beperkte betrek-
küigen leerden kennen, daar 't zich aan hen niet
anders vertoonde dan als de instelling, door welke de
menschen tot de kundigheden van lezen ^ schrijven y re-
kenen en christenleer gcbragt werden, en zelfs dan,
wanneer het zich tot eenen hoogeren graad van ver-
lichting verhief, toch maar afgebrokene en oppervlak-
kige kundigheden aangaande de natuurlijke kennis der
landen cn van de geschiedenis mededeelde, maar het
er niet op toelegde, de leerlingen voor het leven te
vormen (1).
(1) Dc Schrijver heeft ondervonden, dat ijverige en wel-
gezinde leeraars Lij hoogerc instellingen vnn onderwijs in het
boven uitgedrukte gevoelen eene al te scherpe berisping yaa
het tot dusverre bestaande schoolwezen hebben gemeend te vin-
den , zich voorstellende , dat er tocli wakkere onderwijzers ge-
noeg zijn , die een voor het leven dienend onderwijs geven.
Indien dit al eens het geval mogt wezou, dan blijft nog al-