Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.334
» winnen en onvergenoegdheid te voorschijn komt. In-
fi geval, dus doende, ten laatste eene omwenteling drei-
» gende wordt, of tot stand komt, dan is niet de Vorst,
» dan zijn niet zijne raadgevers, maar de burgers
» zelten zijn er schuld tan, en zij zijn eigenlijk te-
» gen zich zelven in opstand. Onverschilligheid der
» burgers bij verkiezingen wordt echter veelvuldig opge-
» merkt. Nog niet lang geleden moesten alzoo de bur-
» gers van zekere stad als met geweld gedrongen wor-
» den tot het doen der keuze van de leden voor den
» itedelijken raad, niettegenstaande zij maar weinige
» toeken vroeger klagten hadden aangeheven, dat zij
n bij de stedelijke regering niet naar behooren icerden ver-
» tegenwoordigd. De Vorst nam hunne klagt in over-
>1 weging en bepaalde, dat ter vermeerdering van de reeds
» in den stedelijken raad zitting hebbende leden nog zes
» afgevaardigden uit de burgerij zouden worden geko-
rt zen, en de burgers legden bij deze keus eene onver-
» schilligheid aan den dag, die bedroevend was en be-
rt lagchelijk tevens.
» Daarbij komt nog, dat de ingezetenen, bij bezicaren
» tegen ondergeschikte ambtenaren, zich dikwerf dadelijk
» tegen de Regering in het algemeen verklaren, en de
» door de wet aan de hand gedane middelen niet te
» baat nemen, orn hunne regtmatige wenschen te doen
» ingang vinden, hetzij dan omdat hun die middelen
n onbekend zijn, of omdat zij zelven te traag zijn,
» om voor hunne regten in de bres te springen. Zij
n mokken liever en voeden liever misnoegen jegens h?t
» Bestuur, en leenen de hand tot getcelddadige bewe-
» gingen, in den waan verkeerende, dat dit het beste en eenig-
» ste middel is tot grondige wegneming hunner bezwaren.