Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.331
» Volgens dese wordt toch de leerling, ten minste in
» den geest, in het leven verplaatst, en de onderwijzer
» begeleidt hem als helper en liefderijken raadsman door
» alle op elkander volgende trappen, en knoopt aan de
» verschijnselen des levens zijne onderrigtingen en op-
» wekkingen aan. Indien dus deze methode ook al kun-
» stig is {^geheel ons onderwijs is eene kunst), dan
» stemt zij toch met de natuur overeen, en beveelt zij
» zich, boven de gewone wijze van handelen bij het
» ondencijs, wel bijzonder aan bij degenen, die verlangen,
» dat het onderwijs in overeenstemming zij met de natuur.
» Indien ik derhalve, ingevolge het tot hiertoe voor-
» gedragene, verklaar, dat mij de leerwijze van craser
)) in het algemeen als waar en juist voorkomt; dat zij,
» naar mijn - gevoelen, boven de gewone de voorkeur
» verdient; dat zij weldadiger dan deze op de vorming
» der jeugd werkt, cn dat de regeringen voor de regte
)i volksopleiding niet beter kunnen zorgen, dan door de
» leerwijze van graser te begunstigen en gaandeiceg in
» de volksscholen in te voeren: dan zal nten mij teel
» niet van blinde vooringenomenheid voor dezelve be-
rt schuldigen. Uet heeft mij veel moeite gekost, om mij
» van vorige zienswijzen los te rukken en met de nieu-
n we vertrouwd tc maken; ik heb echter met ernst ge-
» tracht de meest mogelijke onzijdigheid te bewaren. Ook
» kan uit mijne Verhandeling worden opgemaakt, dat
1) ik er verre af hen craser's ^zienswijze zonder naauw-
» keurig onderzoek aan te nemen. En voorzeket is het
» zeer wenschelijk, dat de denkbeelden van graser door
» andere opvoedkundigen naauwkeurig getoetst, en of
» hunne proefhoudendheid erkend, of hunne onjuistheid
n aangetoond moge worden.".