Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.328
migc gedeelten een ander en voor ons Land nteer passend
voorkomen te geven. Hij kon daaitoe niet besluiten.
Het kwam hem toch voor, dat de oordeelkundige Lezer het
algemeene van het bijzondere wel zou toeten af te schei-
den, en zoo stond zijn voornemen vast, om hem den
Schrijver te vertoonen, zoo als hij dezen in de door hem
besttmrde inrigting zou tcerkzaam zien. Wat tijd en
plaats hem daar zouden aanbieden en doen opmerken,
ongeschikt voor zijn Land en zijne woonplaats, zou hij
weten af te zonderen van het voor hem bruikbare, het
overige tcijzigende naar zijne behoeften.
Dit tcijzigen hoopt hij, dat weldra, ten minste van
een en ander gedeelte van dit werk, al tcare 't slechts
ter oefening, door dezen en genen onzer Onderwijzers,
of doo! Onderwij zers - gezelschappen f zal beproefd cn de nit-
komst bekend gemaakt worden. Immers zal, indien al het
geheel van de hier aangeduide methode niet zoo spoedig kan
gevolgd worden — de Vertaler ziet de daa» tegen bestaande
zwarigheden zeer goed in —, dan toch wel meer dan één
afzonderlijk punt als dadelijk bruikbaar worden aange-
tnerkt. En zoo moge de woordenwisseling over de school-
belangen allengskens weder komen tot de school en hare
inrigting, en datgene, wat er bij ons niet binnen be-
hoort , daaiaan vreemd blijven. Een oneindig vrucht-
baarder veld zal zich dan voor ons oog openen, en
daarin zij het ons vergund ons te verlustigen.
Merken tcij vooral op, wat de Schrijver aanstipt
aangaande de noodzakelijkheid van het aannemen van een
vast beginsel, zonder hetwelk geene gewenschte vorming
en opleiding door middel van de School kan worden
verkregen; dat eenheid en overeenstemming het grondbe-
ginsel van het leven is, en diensvolgens ook eenheid en