Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.327
eene secf belangwekkende en leerrijke beschrijving geeft
van een bezoek, te Bayreuth aan gh/Iser en de onder zijn
bijzonder bestuur ingerigte scholen gebragt. Voor het oogen-
blik kunmn wij niet meer doe» dan naar die schriften
verwijzen. Verder toch uit te weiden over het geheel
van GRASEu's grondstellingen kan hier niet te pas ko-
men, nademaal daardoor dit stukje te zeer de vorige in
omvang zou overtreffen. Bovendien, de beide eerste stukjes
waren bestemd om den Lezer tot het standpunt te geleiden,
van hetwelk de handelwijze, in het laatste meer uitvoe-
rig voorgedragen, moet beschouwd worden.
Aan den lust otn meer te doen ontbrak het echter
niet, en de Vertaler geeft ook het voornemen niet op om
daartoe te komen, roanneer hij zou mogen ontwaar wor-
den , dat daarmede aart, belangstellende vrienden van het
ondencijs genoegen gedaan, of de zaak van het School-
wezen bevorderd zou kunnen worden.
Voor het tegenwoordige moet hij zich vergenoegen den
genegen' Lezer te verzoeken, om het werkje nog eens in
zijn geheel te lezen, en, gelijk hij zelf getracht heeft
te doen, zich niet te storen aan zaken, welke soms al
te zeer in het kleine, om niet te zeggen: triviale, val-
len, bedenkende, dat, vooral in de voordragt van den
gang der methode, sommige punten een geheel ander
voorkomen hebben, wanneer zij geschreven of gedrukt
staan, dan bij de mondelijke behandeling met de kinde-
ren het geval zou wezen. Het zal teel niet noodig zijn,
hier een of meer van die punten aan te wijzen.
De Vertaler herhaalt, wat hij in het Voorberigt heeft
aangekondigd nopens zijn besluit, om het Werkje den
Nederlandschen Lezer onveranderd aan te bicden, Niet
veel moeite zou het gekost hebben, door wijziging som-
23