Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.324
Itaburen, inoet ontwaar worden, dat de denkbecldeii van
dezen Opvoedkundige, gelyk in het Voorherigt werd aan-
gestipt, aldaar voortdurend meer worden op prijs gesteld
en behartigd.
Op eene zeer merkwaardige wijze is zulks ook voor
ons gebleken. Bekend is het, dat onze landgenoot, de
waardige menschenvriend w. h. süringab , in 1839 hij-
wonende de tweede bijeenkomst van Duitsche geleerden
en schoolvrienden, aan de Vergadering liet voorstel deed,
om eene door hem op te geven Prysvraag van harentwe-
ge openbaar te maken, en de beoordeeling op zich ie
nemen. Die Prijsvraag luidde aldus: » Welke zijn de
» redenen, waarom zoo veel van het goede, dat de kin-
» deren in de school geleerd hebben, toeder verloren
n gaat, zoodra en nadat zij de school verlaten? Wel-
n lie middelen kunnen tegen dit verlies, na het Verla-
rs ten der school, worden aangewend, door de Kinderen
n zeiven, door Ouders, Onderwijzers, Geestelijken, bij-
n zondere personen en Vereenigingen, ook door die der
» Duitsche Geleerden en mannen van het Onderwijs
n [Schulmänner), en eindelijk door den Staat, inzon-
n derheid bij zulke kinderen, die niet voor den geleer-
I) den stand, en daarom ook niet voor het bezoeken eener
» Universiteit, bestemd zijn?" Uit de 65 ingekomen
antwoorden werd aan die van w. j. g. cübtman de
eercprijs van f 300 toegewezen. De vraag zoo toel als
des Heeren smiNGAR's vroeger in onze taal uitgegevcne
bekroonde Verhandeling: Onderzoek naar de oorzaken
van het vervloeijen van aangeleerde kundigheden bij
jonge lieden, na het verlaten der scholen, met aan-
wijzing van gepaste middelen ter voorkoming daarvan,
doen vermoeden, dal leeren, en behouden vau het ge-