Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.323
nu drie jaren geleden, het eerste stukje werd in het
licht gezonden. Immers hebben do aanvallen op ons
Schoohcezen en Onderwijs nog maar weinig in kracht
verloren. En dat zij verminderen zullen, is, trouwens,
niet te venvachten, zoo lang de aanvallers voortgaan
belangrijke voordeden te behalen, en daaruit al meerder
hoop outleenen, om de sterkte, welker slechting zij be-
doelen, zoo wel dom- opentlijke aanranding, als onder-
mijning , ten zekeren val te brengen. Die hoop moet
versterkt worden, naarmate de verdediging of flaauw en
traag geschiedt, of eene betreurensivaardige verbrokkeling
der krachten en verkeerde schikkingen de overgave belo-
ven te verhaasten.
Is dus de strijd nog niet van aard of gedaante ver-
anderd; wordt hij nog steeds op hetzelfde terrein ge-
voerd; blijft men in het over en weder bespreken van
de schoolbelangen zich bij enkele punten bepalen; om-
trent welke in het negen cn dertigste jaar na de in-
voering onzer Schoolwet niet meer de onzekerheid be-
hoorde te heerschen, in de gewisseld wordende geschrif-
ten blijkbaar; moet de eenzijdigheid van het gezigts-
punt, waartoe de strijd zoo wel de strijders dringt,
als de oplettendheid der aanschouwers trekt, hoogst scha-
delijk worden voor de bedoelde belangen: dan mag de
poging om de aandacht op een eenigzins ruimer veld te
lokken, vast nog wel niet als zeer ontijdig worden
aangemerkt.
Zoo als de beide eerste stukjes reeds hebben doen be-
speuren , wil GHASER bij het Onderwijs meer het Leven
in het oog hebben gehouden, dan doorgaans hel geval
is. Die maar eenigermate bekend blijft met de On-
dencijs - cn Opvoedkundige geschriften onzer Dtiilsche