Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.317
schrift van dc Ilegcrinjjcn mogen niet stilzwijgend ivor
den voorbijgegaan.
а.) Zoo lang de Regeringen de toepassing van dc
methode niet door een van haar uitgaand gebod ver-
zekeren , maar derzelver invoering slechts dulden of
aanbevelen, zal hare bedoeling moeijelijk worden l)c-
reikt j want traagheid en eigenzinnigheid van de ge-
wone mannen van het onderwijs zullen der methode,
indien er geen stellig voorschrift tusschcn beide komt,
steeds vijandig, en veeleer den gemakkelijken slender
van het gewone onderwjs getrouw blijven.
б.) De Regeringen behoorden evenwel dezen sleur-
gang regtstreeks tegen te gaan en in onbruik te bren-
gen, en wel op dien grond, dat deze methode het
onderrigt van dc twee dusgenoemde hoofdvakken van
onderwijs, lezen en schrijven, jaren vroeger heeft ten
einde gebragt, cn dus ruimte overlaat tot ander gron»
dig onderwijs.
c.) Wordt deze methode ingevoerd, dan is met
hare invoering ook het nagaan en bewaken der on-
derwijzers reeds van zelve mede bepaald; want dc
hoofdbepaling van de methode is, dat in het onder-
wijs ieder van de voor de klasse aangeduide levens-
betrekkingen — achtereenvolgende en bij opklim-
ming — geheel moet zijn afgedaan. Derhalve is een
oogopslag in de school genoegzaam, om na te gaan, of
de onderwijzbr voor de eene of dc andere klasse zij-
ne taak heeft vervuld. Is echter de school in meer-
dere klassen en onder meerdere onderwijzers verdeeld,
dan toetst dc eene onderwijzer des anderen werkzaam-
heden; want ieder onderwijzer van cenc hoogere klas-
se kan, ja moet, zijne bezwaren doen gelden, wan-